Misschien ken je mij als columnist van ‘Het Einde van de Wereld’ (Radio 1) of als promotor van het werk van schilder/ enfant-terrible Dees De Bruyne of als kenner van leven en werk van Jacques Brel.

 

Ik schreef liedjes voor een bonte groep zangers als Rob De Nijs, Hans De Booij, Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Claire, Ann Christy, Miek & Roel, Raphaël Breil, Lander Vervaet, Bart Van den Bossche e.a.

 

Als producer werkte ik ondermeer samen met Walter De Buck, Lieven Tavernier, Roland Van Campenhout, Zaki, Paul Ambach, Derroll Adams, Hans De Booij, Bart Van den Bossche, Ton Scherpenzeel, Skyblasters, Thierry Crommen, Yves Meersschaert...

 

Na een eclectisch professioneel parcours van 50 jaar besluit ik in 2020 mijn stem vast te leggen met spoken word songs & slam poetry in het dubbelalbum 'ROARING 2020'.

De teksten en de muziek van ROARING 2020 zijn een subtiele mengvorm van saudade en blues en een stem met verhalen die naar ‘een einde van de wereld’ doet verlangen. 

Al goed dat een mens toch minstens één keer in zijn leven zeventig mag worden!

Dree Peremans sr.

Auteur en producer van vele VRT-radioprogramma’s

Testament van een culturele en creatieve omnivoor

 

Misschien kent u Gentenaar Walter Ertvelt helemaal niet. Toch fluit u liedjes van hem mee. Ertvelt schreef tekst voor o.a. Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Bart Vanden Bossche en Rob De Nijs. Op zijn zeventigste verjaardag maakt Walter Ertvelt met de dubbelaar ‘Roaring 2020’ het testament op van zijn eeuwige jeugd.

Gentenaar Walter Ertvelt manifesteerde zich niet alleen als liedjesleverancier van kleinkunstenaars en charmezangers. Hij draaide een docu rond Jacques Brel. Was uitgever, verdeler, producent en producer. Walter Ertvelt was promotor, therapeut en steun en toeverlaat van beeldend kunstenaar Dees De Bruyne (1940-1998). Zonder de inzet van Ertvelt waren boek en tentoonstelling ‘Een schilderkundig leven’ in het Museum Dr. Guislain omtrent Dees De Bruyne er in 2015 er wellicht nooit gekomen. Liedjesmaker Walter Ertvelt is behalve een volbloed romanticus en geletterd mens ook een betrokken burger van de Arteveldestad. Ertvelt herkende als eerste het potentieel van de vergeten haven- en arbeidersbuurt De Muide. Velen verklaarden hem ‘goe zot, gij’ maar zijn kunstgalerij ‘Waterfront’ is nog altijd een ‘vree wijs’ ankerpunt in een vergeten stuk Gent. Om zijn zeventigste verjaardag te vieren en om de doodse verlatenheid van de corona-ellende te bezweren, bracht Walter Ertvelt het onvoorspelbare labyrint van zijn passies in kaart. In beklijvende woorden, op het ritme van het volle leven.

 

 

Eros en Thanatos

De dubbelaar ‘Roaring 2020’ is een intrigerend tweeluik geworden. Het openhartige testament van de artistiek-culturele omnivoor Walter Ertvelt die blij verrast lijkt dat hij in weerwil van woelige rock’n roll-jaren en veel te lange nachten toch maar mooi en monter 70 jaar is geworden. Het eerste luik kreeg de naam ‘Fevertime’. Het tweede luik werd ‘Labyrint’ gedoopt. Walter Ertvelt weet van zichzelf dat hij geen talentvolle zanger is. Daarom kiest hij op een slimme manier voor een parlando zegging die veel van zijn teksten het karakter van een gedicht geeft. Een langoureus lamento, een heidens dankgebed voor 70 weldadige jaren vol grote dromen en kleine teleurstelling, jaren van hoop en wanhoop. In het Nederlands, het Frans, het Engels of een mix van deze drie binnen hetzelfde stuk naar voren gebracht. Een zeer verzorgde productie en uitgekiende arrangementen – met dank aan o.a. componist Yves Meersschaert, blazer Bart Maris en gitarist Roland – zoeken zowel kleur en textuur van Stromae, the Great American Songbook en de talkin’ blues van beat-grootvader Alan Ginsberg en vintage Bob Dylan op. ‘L’origine du monde’ en ‘Babylone’ lijken met hun dameskoortjes achterover te willen leunen in de lounge van een veel te duur hotel. Waar het onverwachte wacht dat ’s anderendaags zo tegen de middag met een blokje ijs kan worden weggespoeld. In Ertvelts teksten strijden Eros en Thanatos om de voorrang. Maar het zijn de blijvende liefde en de onvoorwaardelijke vriendschap die de strijd winnen.

Haat en domheid

Met ‘Labyrint’, het tweede luik van zijn artistiek testament, trekt Walter Ertvelt volop de kaart van de kracht van het gesproken woord en de onverbloemde waarheden die een rijk gevuld leven hem hebben geleerd. In twee lange ‘spoken songs’ ‘Labyrint’ en ‘Simply Glad and Sad Situations’ boort Walter Ertvelt diep in een snel veranderende tijd. Beide stukken worden aan elkaar gebreid door een telefoonbericht van zijn goede Newyorkse vriend en kunstenaar Rick Robinson. Deze belde Walter meteen toen het stof van de doorboorde Twin Towers de wereld voorgoed een andere kleur zou geven. In beide lange gedichten op een sobere beat betreurt Walter Ertvelt de opmars van de haat en de domheid. De erosie van de kracht en de rijkdom van culturele kennis en artistieke verworvenheden. Met cultuur bedoelt Ertvelt niet alleen de ‘high culture’ die door een exquise bovenlaag kan worden gesmaakt. Ertvelt is een gulzige omnivoor. Zowel midscheeps geraakt en geroerd door de tragische levensliederen in een volks café in Zelzate als door de mystieke kracht van Mark Rothko in het Museum of Modern Art van zijn geliefde New York. In barokke, staccato-verzen puzzelt Walter Ertvelt de roadmap, het logboek van zijn leven in elkaar. Kwetsbaar en stoer. Liefdevol en grimmig. Kantelend tussen vreugde en verdriet. Tussen weggewaaid geld en nette armoede. Tussen roes en onthouding. Tussen droom en daad. Vrij naar Goethe: het heilzame lijden van de 70 jaar jonge Walter Ertvelt.

 

Mathias Danneels 

11-1-2021